Les Freres H – Artikel

Les Freres H, Nederlandse wijnboeren in Frankrijk

‘Het huis met de ogen; wanneer je het ziet begrijp je wat ik bedoel,’ zei Robert door de telefoon. En inderdaad begreep ik het toen de routebeschrijving me een landweg opvoerde en ik in de verte een huis zag opdoemen met twee ronde raampjes in de gevel: de wijnboerderij van de broers Hamminga; Albert en Robert.
Ik word warm en hartelijk ontvangen op “La Lande”; wijn, stokbrood en kaasjes staan al klaar op de tafel op het terras. Ik krijg een stoel aangeboden en mijn glas wordt volgeschonken met mooie donkerrode wijn.

De twee mannen gaan ook zitten, breeduit lachend.Robert naast mij en Albert tegenover ons. Ze hebben het zichtbaar naar hun zin op deze bijzondere plek in de Dordogne.

In 1963 is hun grootvader eigenaar geworden van La Lande, een wijnboerderij: het huis met de ogen. Hij vertrok naar Frankrijk om er een nieuw leven op te bouwen: niet met zijn vrouw maar met zijn secretaresse …

Het blijkt voor de broers een groot raadsel hoe hun opa op deze plek terecht is gekomen: er waren indertijd nog geen snelwegen en nauwelijks wegbewijzering. Op La Lande was geen stromend water. Het regenwater werd opgevangen in een grote bak, een citerne. Middels een pomp was er dan “stromend” water, dat absoluut niet gedronken mocht worden. Drinkwater moest in tien-liter bidons bij de verderop gelegen bron gehaald worden. Ook was de elektriciteitsvoorziening zeer beperkt en was er soms dagen geen stroom. Het was de tijd dat de boeren hun land nog met ossen ploegden.

Opa overleed al in 1965 en heeft dus niet lang kunnen genieten van deze mooie plek – en zijn secretaresse.  Het werd een tijdlang gebruikt als vakantiehuis door de familie Hamminga en later zijn de ouders van Albert en Robert er permanent gaan wonen.

 

Nieuw leven
Albert en Robert herinneren zich de reizen erheen – drie dagen – nog als de dag van gisteren; het hele gezin Hamminga in de kever, de twee broers met hun zus op de achterbank. Van de wijngaard herinneren ze zich nauwelijks iets. Wel heeft Albert, die iets ouder is dan Robert, een beeld van een stokoude Peugeot vol met stro en wijnflessen. ‘Die wijn was niet te zuipen,’ schatert hij. Het landschap was indertijd dor en er stonden geen bomen. Iets dat ik me maar moeilijk voor kan stellen wanneer ik vanaf het terras de prachtige beboste omgeving overzie …

De wijngaarden zijn helaas in 1970 verloren gegaan door gebrek aan tijd en aandacht. Nu, zesenveertig jaar na opa’s droom gaan Albert en Robert deze wijngaarden weer nieuw leven inblazen! Sinds 2008 zijn zij de nieuwe eigenaren: hun ouders zijn vanwege hun hoge leeftijd naar een bejaardentehuis in Nederland verhuisd.

La Lande maakt deel uit van een gehucht, hameau in het Frans, van vijf huizen. Het valt onder de gemeente Veyrines de Domme en telt 200 inwoners. Dat is weliswaar niet veel, maar ondanks het geringe aantal inwoners mag men zich gelukkig prijzen met een eigen feestzaal, een kerkje en een gemeentehuis. De fundamenten van de tot woonhuis verbouwde schuur stammen uit 800 na Chr. De originele wijnkelder is daar een stille getuige van. De laatste bouwwerkzaamheden aan het huis zijn tussen 1700 en 1800 voltooid.

Het domein La Lande bestaat uit het woonhuis, een grote schuur, een varkensstal die is verbouwd tot vakantiehuis en een elektriciteitstoren uit de tweede wereldoorlog die ook is omgevormd tot vakantiewoning. Deze gebouwen staan op 80.000 m2 grond. Heel wat voor Nederlandse begrippen, maar als boer tel je in de streek echt niet mee met “maar” acht hectaren. Elk jaar worden in de vitrine van de feestzaal alle namen gepubliceerd van de vijf boeren in de gemeente: waarvan vier mooie Franse namen en … Hamminga.

 

Blote voeten
De broers vragen of ik de oude wijnkelder wil bekijken. Natuurlijk wil ik dat. Via een laag deurtje onder het huis – de mensen waren vroeger twee koppen kleiner- lopen we richting de wijnkelder. Op de toegangsdeur tot de cave hangt een bord met daarop een grappig Frans kereltje met een alpinopet op en een glas in zijn hand. “Cave du Patron” staat er boven zijn hoofd. De deur gaat met veel gepiep en gekraak open en mijn ogen moeten even wennen aan de donkere ruimte onder het huis. Het ruikt er vochtig door de aangestampte aarden vloer waarop ik sta. Decave wordt verlicht door een enkel peertje. Links ligt een tiental oude houten vaten op hun kant en rechts in de hoek van de kleine ruimte staat een manhoge ton die bijna het lage plafond raakt. Erboven is een luik in de vloer te zien en Albert vertelt dat daar vroeger de druiven doorheen in de grote ton werden gestort. Daarna klom men, op blote voeten, via een laddertje in de ton en kon het stampen beginnen. Met enig voorstellingsvermogen kan ik geplette druiven tussen mijn tenen voelen en ruik ik de geur van vers druivensap …
Oude broodoven

We lopen weer naar buiten en ik volg de twee boomlange kerels om het huis heen. Een van hen wijst me op de oude bakoven onder een afdak. ‘Hierin werd brood gebakken voor het hele dorp’ zegt Albert. De lange houten spatel en de immense houten deegbak staan er goed geconserveerd bij.

Wanneer we verder lopen komen we langs de oude citerne. Deze doet niet meer als zodanig dienst en is, geschilderd in een lichte kleur, omgedoopt tot zwembad. Er komen net twee pubermeisjes uitgekropen; met elkaar smoezend stappen ze onder de buitendouche. Het is de dochter van Robert met een vriendinnetje.

Daarna stappen we door een hek en staan aan de rand van een groot glooiend weiland. De broers zwellen van trots en ik zie aan hun gezichten dat ze in gedachten al de druiven aan hun wijnstokken zien glimmen in de zon: zover de ogen van het huis reiken, de glooiende helling op tot aan de bosrand … Nu staat er echter alleen nog gras, maar in de toekomst staan hier wijnstokken, vignes, van de soort Cabernet Franc. Ze blijven nog even staan mijmeren en wijzen dan op een stuk land achter de vroegere groentetuin van hun moeder. Daar staan al stokken geplant, stokjes eigenlijk, van de Cabernet Franc. Aan de overkant van het weggetje ligt een stuk land waar inmiddels Merlot is aangeplant. We lopen er gedrieën heen. Tijdens de korte wandeling vertelt Albert dat afgelopen jaar hun zus ernstig ziek is geworden en daarna is overleden. Robert voegt toe dat zij over de wijngaarden zal waken. Ter nagedachtenis aan haar zullen de broers bij hun volgende bezoek, ergens op La Lande, een olijfboom planten …

 

Dassen

Om de wijnstokjes zitten hulzen van blauw plastic gaas; tegen vraat van konijnen en reeën. Een lage stroomdraad houdt de wilde zwijnen en dassen op afstand. Nadat een kolonie dassen in een nacht een flink aantal planten heeft beschadigd, zijn er anti-dassen korrels gestrooid en ook zijn er hele dure lapjes, gedrenkt in jeneverbesolie, aan de stokken opgehangen. Het bleek geen enkel effect te hebben; de simpele stroomdraad bood daarna uitkomst.

De vignes hoeven, eenmaal geworteld, niet meer besproeid te worden. Daardoor wordt het plantje gestimuleerd om diep te wortelen op zoek naar water. Het voordeel van een diep wortelgestel is tevens dat de mineralen, die diep in de grond zitten, kunnen worden opgenomen door de plant. ‘Iedere wijnstok zal in de toekomst goed zijn voor een liter wijn per jaar,’ zegt Robert. Ik mag komen proeven beloven de broers, beiden met een grote glimlach. Goed idee, vind ik.

Onkruid wordt voorlopig met de hand weggehaald; les frères H. willen er alles aan doen om een goede wijn te maken: zij verkiezen bloed, zweet en tranen in hun wijngaard boven chemische rotzooi. Aan de kop van iedere rij komt in de toekomst een rozenstruik te staan. Wanneer er een bladluisaanval of besmetting met de meeldauwschimmel dreigt, zijn deze ziekten en plagen als eerste zichtbaar in de rozenstruik. Dus door de rozenstruiken goed in de gaten te houden, kan er snel (biologisch) worden ingegrepen.

Slakken worden met de hand weggehaald. Het blijkt dat Albert en Robert al behoorlijk thuis zijn in de Franse gewoonten, want de slakken worden daarna – bereidt met veel knoflook en boter – voor de volgende avond op het menu gezet.

 

Pineau uit plastic bekers

Wijnboer worden in Frankrijk gaat niet zomaar met de huidige regelgeving. Robert schreef een bezielende mail aan een belangrijke meneer van de chambre d’agricole waarin Robert de situatie uitlegde over hun grootvader en hun droom. In juli 2009 kwam – na twee mislukte afspraken – de belangrijke meneer bij ze langs om informatie te verstrekken en ter plekke te komen kijken bij de enthousiaste broers met hun bijzondere verhaal. Robert had een mooie fles wijn in huis gehaald om de beste man een beetje te paaien. ‘Hij bleek echter een bierliefhebber te zijn,’ zegt Robert schaapachtig.

De man vertelt de broers Hamminga dat ze eigenlijk geen vergunning kunnen krijgen vanwege het wijnoverschot in Frankrijk. Maar … hij vindt hun verhaal zó leuk dat hij bereidt is om hen op een maas in de wet te wijzen.  Groen licht dus!! Ondanks het wijnoverschot blijken ze nog EG subsidie te kunnen krijgen ook. Hierom moeten ze beiden nog steeds erg lachen; ‘te gek voor woorden,’ vindt Albert.

De eerste die op hun pad kwam was de wijnboer Nicolas. Toen hij het terrein van les frères  kwam testen – door te stampen en vaak ‘oef!’ te roepen – werd deze heel enthousiast: de grond bleek veel kalk te bevatten en een wijnrank heeft onder andere kalkrijke grond nodig om goede wijn voort te brengen. Helaas bleek de man zijn vergunning uiteindelijk niet uit te kunnen lenen aan de broers, omdat zijn gronden in een ándere gemeente lagen. Daarop bracht hij ze in contact met Pascal. Deze man zou zich gaan bezighouden met de soortkeuze, aanplant én de vergunning. Na een poos bleek hij zijn vergunning, om de een of andere reden, óók niet uit te kunnen lenen. Hoewel zijn grond, net als die van Albert enRobert, onder Veyrines valt. Hij bracht de broers toen in contact met ene Jean François, door vrienden JF genoemd. Deze man bleek in de kelder onder zijn watermolen een indrukwekkende bar te hebben ingericht. De samenwerking werd beklonken met eenPineau uit grote plastic bekers. En nog een en nog een … ‘Frans praten ging steeds gemakkelijker,’ lacht Albert.

 

Dorpsfeest
Albert en Robert willen graag een eigen vinificatie: hun eigen wijnmerk. Ze kunnen ook hun druiven naar de coöperatie in het nabijgelegen stadje Domme brengen. Nadeel is dat ze dan opgaan in de massa: hun druiven zullen vermengd worden met druiven van andere wijnboeren uit de regio en gaan op in de anonimiteit tot vin de Domme. Veel liever maken ze van hun toekomstige druivenoogst: vin des frères H.; wijn van de gebroeders H.

De broers zijn al een tijd druk in de weer met het (laten) ontwerpen van het etiket. De concepten die ik even later te zien krijg, zien er veelbelovend uit.

Eind juli 2009, op het jaarlijkse dorpsfeest in Veyrines de Domme, spreken ze een aantal boeren uit de omgeving. Ze geven goede adviezen, hoewel ze eerst nog wat sceptisch zijn. Al gauw gaat deze sceptische houding over in een enthousiaste, wanneer de broers het verhaal vertellen van het in ere willen herstellen van de droom van hun opa. Maar het enthousiasme wordt laaiend wanneer Albert en Robert toezeggen dat op het dorpsfeest van 2013 hun wijn – gratis – zal worden geschonken! Als bij toverslag zijn alle vooroordelen weg en wordt glunderend alle hulp toegezegd.

Rest de vraag in weIke richting de rijen geplant moeten worden: Noord-Zuid of Oost-West. Uit boeken leert Robert dat het om een soort geloof gaat en dat de Noord-Zuid aanhangers de Oost-West belijders vurig proberen te bestrijden met argumenten. De broers volgden

– logischerwijs – de heuvelrichting van boven naar beneden. Zo is het ene perceel aangeplant in Noord-Zuid richting en de ander in Oost-West. ‘Als we ze separaat bottelen, kunnen we de discussie mooi voeden,’ zegt Albert gevat.

 

Paaltjes
In april 2010 tekenen les frères H. de definitieve plannen van de terreinen en de aanplant. Na uren puzzelen is het klaar : de terreinen zijn niet symmetrisch en er is nergens een hoek van 90 graden te bekennen. De rijen moeten twee en een halve meter uit elkaar staan. Op het ene stuk komen ze uit op 23 rijen Cabernet franc en op het andere 12 rijen Merlot. Elke rij moet aan het begin en einde ruimte hebben om met een tractor te kunnen keren. ‘Daardoor kunnen er heel wat minder meters aangeplant worden en dat levert dus een heleboel mínder flessen op,’ zegt Robert spijtig.

Er wordt met Pascal en JF afgesproken dat de vignes eind april de grond in gaan. Door allerlei omstandigheden, waaronder administratieve en klimatologische, vinden het ploegen van de grond en de aanplant pas in juni dat jaar plaats.

Vóór de aanplant moeten er palen worden gekocht om de vignes de eerste vier jaar van hun leven te ondersteunen. De broers kiezen voor metalen paaltjes, weliswaar niet zo decoratief maar wel het meest praktisch. De koop wordt gesloten in de keuken van de man van de coöperatie van Domme. Oma maakt soep en gooit nog een blok hout in de oven, terwijl Albert en Robert ook nog het benodigde aantal druivenplanten bestellen en afrekenen. De op het vliegveld gehuurde Opel Corsa zakt bijna door zijn assen door het gewicht van de 1050 paaltjes achterin!

Dat deze aprilvakantie een ware werkvakantie is voor de kantoormannen, blijkt uit het feit dat de terreinen ontdaan moeten worden van onkruid, struiken en zelfs een aantal boompjes. Heuvel af en heuvel op gaan ze met omgezaagde bomen en kruiwagens plantaardige troep. De schone grond en het grote (vreugde!)vuur gaven later echter veel voldoening.

 

Eindelijk planten!

Eind mei vliegen de broers wederom naar de Dordogne, de wijnstokken zijn binnen en kunnen afgehaald worden. Na wat laatste tegenslagen wat de papierwinkel betreft, kan er nu eindelijk geplant gaan worden!
Albert en Robert hebben zich theoretisch goed voorbereidt en zorgden bijvoorbeeld voor tonnen om de wijnplantjes in te zetten voordat ze de grond in zouden gaan. Voor het praktijkgedeelte vertrouwen ze geheel op Pascal en JF. Maar tijdens het planten blijkt dat de twee Fransmannen nog nooit van hun leven een wijngaard hebben aangelegd! Toch houden de broers H. de moed erin en na dagenlang hard werken staan alle wijnstokken in de grond. Alle vignes werden met de hand geplant: de een groef de kuil en gaf eenvigne aan, de ander plantte deze en mat de meter afstand tot de volgende wijnstok, de derde vulde het gat met het plantje weer met aarde en stampte het geheel aan terwijl de vierde water gaf. De weersomstandigheden maakten het werk nog zwaarder: in de schaduw was het die dagen 30 graden Celcius en op het land in de zon ruim 40. Het resultaat was eigenlijk pas goed te zien toen de blauwe beschermingsnetjes om de stammetjes zaten. De netjes zaten op grote rollen, vier rollen van 100 meter in totaal, Albert is úrenlang aan het knippen geweest …

Een keer per week moest er gesproeid en gewied worden. Albert en Robert hadden hun verplichtingen in  Nederland en konden tot hun spijt niet langer op La Lande blijven, maar de Fransmannen zouden het werk aan de wijngaarden voortzetten. Behalve de paaltjes en wijnstokken, was de mankracht en de huur van de tractor een hele uitgave. Albert maakt me deelgenoot van een Frans gezegde: ‘Hoe kom je aan een klein fortuin? Door met een groot fortuin te beginnen en een wijngaard te nemen.’ De broers kunnen er gelukkig hartelijk om lachen.

Na een laatste glas wijn neem ik afscheid van de twee levensgenieters. Ik hoop dat ik over een aantal jaar op hetzelfde terras zit met een mooie les frères H. in de hand; ik verheug me er al op!

Volg het blog over deze wijngaard op http://www.lesfreresh.blogspot.com/

Schrijfster

Danielle van Duijn is de schrijfster van het boek “VerhalenderWijs”. Hierin beschrijft zij hoe ze  door het wonen in la douce France steeds wat wijzer is geworden. Over zichzelf, het buitenleven, het volk, het land, de verschillen met Nederland en het leven in het algemeen. Soms door schade en verdriet, maar bovenal met verbazing en plezier. De belevenissen uit haar nieuwe leefwereld heeft zij naar waarheid en in chronologische volgorde aan het papier toevertrouwd. Dit boek is het resultaat! Het boek bestaat uit 88 korte verhalen, telt 292 bladzijden en is geïllustreerd met cartoons. Bestel het boek van Danielle hier.